Mythische olie

Volgens de mythe konden Athena en Poseidon het niet eens worden over wie de heerser van Attica moest worden. De oppergod Zeus werd gevraagd als scheidsrechter op te treden. Hij deelde de kemphanen mee dat hij degene die hem een voor de mensheid nuttige uitvinding kon presenteren, tot winnaar zou verklaren. Daarop gaf Athena Moeder Aarde opdracht een nieuwe en zeer bijzondere boom te laten groeien en zo ontstond de olijfboom. Zeus was erg tevreden en wees de godin aan als winnaar.

De olijfboom komt oorspronkelijk uit het gebied tussen Pamir en Turkestan. Vandaar verspreidde hij zich vijfduizend jaar geleden over het hele Middellandse-Zeegebied en bepaalde niet alleen de culinaire gewoonten van de hier wonende mensen, maar werd ook in veel gebieden in een religieuze cultus vereerd. Zijn takken en vruchten, maar ook zijn olie gelden als symbolen van het leven, de vruchtbaarheid en het licht. Vooral in Griekenland heeft de boom veel waarde. Het bruidsbed van Odysseus en Penelope stond volgens het verhaal in de uitgeholde stam van een olijfboom en de beelden van de goden – van Zeus tot Athena – werden met de olie ingewreven om de godheden in hun beelden vast te houden. Griekse atleten zalfden zich met olijfolie en de winnaars van Olympische wedstrijden werden met de takken van de olijfboom gekroond. De Spartanen gebruikten voor hun doden een bed van olijfbladeren als laatste rustplaats. In het keizerlijke Rome ontstond rond de olijf een regelrechte industrie. Olijfolie kreeg zelfs een eigen goederenbeurs, de arca olearia, om de levendige handel te kunnen regelen. Plinius deelde mee dat er niet minder dan vijftien soorten te koop werden aangeboden. De religieuze en economische betekenis van de olijfboom was zo groot dat ook het christendom hem niet kon negeren. De olijftak werd het vredessymbool en de olie zelf werd bij rituelen, zoals het laatste oliesel, gebruikt.

De Griekse arts Hipocrates beval reed het gebruik van verse olijfolie bij verschillende ziekten aan. Na de ondergang van het Romeinse Rijk, toen de verbouw van olijfbomen voor het grootste deel stillag, werd er in de kloosters verder geëxperimenteerd. De olie werd verwerkt tot huidverzorgende middelen, verzachtte door brandnetels veroorzaakte jeuk, hielp tegen hoofdpijn, oorontsteking, buikpijn en in geval van nood ook tegen het ‘boze oog’. Regelmatig kauwen op een olijfblaadje maakt het tandvlees sterker en houdt de tanden wit. Tegenwoordig zijn de voordelen van olijfolie voor de gezondheid wetenschappelijk bewezen. Het is licht verteerbaar, werkt positief op maag en darmen, beschermt tegen aandoeningen aan de bloedsomloop en splitst zich in tegenstelling tot dierlijke en andere plantaardige vetten bij verhitten niet in schadelijke substanties.

 

Uit: Culinaria Italia, Italiaanse specialiteiten; Tandem Verlag (uitgeverij Ullmann). Vertaling naar Nederlands Francis van Dijk, Dirk de Rijk